zaterdag 26 november 2011
Bocas del Toro.
Dinsdag kregen we na aankomst gelijk bezoek van Hans van de Baros die kwam vragen of we aan het eind van de middag wat kwamen drinken. Het is natuurlijk altijd leuk om weer een boot met Nederlanders te ontmoeten. Hans en Linda zijn een paar levensgenieters die van plan zijn om in een paar jaar de wereld rond te gaan. Zij zijn al een tijd in Panama en kunnen ons wel een paar mooie plekjes in dit gebied aanbevelen.
We zijn eerst Bocas Town eens gaan verkennen. Een klein maar levendig plaatsje waar vooral veel backpakkers vakantie vieren. Het wemelt hier van de eenvoudige hotelletjes en leuke restaurantjes.
Toen wij net aankwamen was de hoofdstraat afgezet en vol met gewapende bewakers. Bij navraag bleek dat er een misdadiger, die 6 mensen vermoord heeft en vorig jaar gevangen genomen was, voor een reconstructie naar de plaats van het misdrijf was gebracht zodat hij zou beseffen wat hij aangericht heeft. En nu maar hopen dat hij berouw heeft en het niet als een leuk uitstapje beschouwde.
zondag 20 november 2011
Brulapen in het oerwoud.
Vrijdagmorgen ben ik meegereden met de bus van de haven die naar een grote supermarkt in Colón rijdt. ´s Avonds hebben we bij het restaurant in de haven gegeten waar we Ton en Toos van de Vagant tegenkwamen. We hebben hun ook al in Suriname en op Tobago ontmoet. Heel leuk om over de verschillende avonturen bij te praten.
Zaterdag zijn we met z´n vieren in de auto naar het natuurpark bij de Rio Chagres gereden.
Aan de monding van deze rivier staat Fort San Lorenzo wat door de Spanjaarden is gebouwd om de rivier te verdedigen. De Rio Chagres was letterlijk en figuurlijk heel waardevol omdat de Spaanse overheersers daar het goud, wat ze bij de Inca´s buit gemaakt hadden, over vervoerden om het naar Spanje te brengen. Op sommige kanonnen is nog steeds een Spaans wapen te zien.
Deze groep jongelui vond het heel leuk om voor ons te poseren. Een aantal wilde ook graag met ons op de foto, vooral Henk en Ton waren geliefd met hun baarden.
Onderweg zagen we een stel apen in de bomen en zijn we uitgestapt om wat beter te kunnen kijken. Ineens hoorden we een oorverdovend gebrul alsof er een hele groep Bokito´s aankwam. Voor alle zekerheid zijn we toch maar in de buurt van de auto gaan staan om er snel in te kunnen stappen als dat nodig was, maar er kwamen geen apen tevoorschijn.
Later zagen we nog een hele groep apen waar we een tijdje bij hebben staan kijken. Toen er een andere auto voorbijreed begonnen er een paar te brullen. Het bleek dus dat dit de bruine brulapen waren die helemaal niet zo groot zijn als ze klinken. Ze worden 45-60 cm groot met een staart van 50-65 cm en eten vooral bladeren, fruit, knollen en bloemen.
´s Avonds hebben we gezellig met zijn vieren gegeten. Wij hebben het plan om vanmiddag weer te vertrekken naar Bocas del Toro. Omdat Ton en Toos ook terug gaan naar Europa zullen we ze nog wel een keer ergens op de route tegenkomen, dus deze keer geen definitief afscheid.
woensdag 16 november 2011
Naar Colón.
Door alle waarschuwingen die we hebben gehad hebben we de tanks opgehaald, een paar boodschappen gedaan op de groentemarkt, iets gegeten en weer met de bus terug naar Portobello.
De boot wordt hier goed bewaakt!
Hier gaan we iedere dag even bij Captain Jack´s op het internet kijken hoe de windverwachtingen zijn. Voor ons niet gunstig omdat de wind uit het westen blijft komen. Als we op de goede wind wachten liggen we hier zeker nog een week. We besluiten om toch uit te gaan klaren en donderdagmorgen te vertrekken naar Bocas del Toro.
In Portobello hebben we veel opgetrokken met Newell en Lisa van het zeiljacht Sarah G.
Newell heeft deze boot helemaal zelf gebouwd en reist rond in het Caribische gebied met opstappers. Lisa vaart al een paar maanden met hem mee. Hij hoopt dat hij nog een keer een opstapper vindt die met hem de Pacific op wil om Polynesië en Indonesië te verkennen. We hebben heel wat gezellige uurtjes met elkaar doorgebracht en vinden het jammer dat we afscheid van onze nieuwe vrienden moeten nemen.
Dag Lisa en Newell
zondag 13 november 2011
Regen, regen en nog meer regen!
De beambte van de immigratiedienst had van hogerhand de opdracht gekregen dat er geen kleinere boten uit mochten varen omdat er een front met een lage druk gebied aan kwam. En zonder zarpe kun je niet inklaren bij een volgende haven, dus liggen we hier nog een paar dagen. Voor mij heel jammer omdat ik graag een keer door het kanaal had willen gaan als line handler bij een boot. (Als je met een boot door het Panamakanaal gaat eisen ze dat er minimaal 5 mensen aan boord zijn. De stuurman en 4 mensen die de lijnen bedienen. Bij het stijgen moeten de lijnen aangetrokken worden en bij het dalen moeten ze gevierd worden.) De meeste boten hebben 2 mensen aan boord en kunnen line handlers inhuren of vrijwilligers van andere zeilboten, maar dan moet je wel kunnen lobbyen in de haven of in Colon bij Club Nautico vlakbij de ankerplaats.
Bij Captain Jack´s in Portobello, een ontmoetingsplek waar we ook steeds internetten, heb ik ook nog geïnformeerd maar er zijn op dit moment nog niet zoveel zeilboten die door het kanaal gaan. De meesten gaan tussen december en maart en dat is voor ons te laat.
Het enige pluspunt in deze zaak is dat ik dan ook niet in de stromende regen met een lijn in mijn handen sta, want het regent hier al dagen achter elkaar en dat zijn geen miezerbuitjes!
In Portobello reed een auto met butagastanks voorbij. Omdat we 2 lege butagasflessen hebben wilden we die graag laten vullen. Ze konden ze wel vullen, maar dan moesten ze de tankjes meenemen naar Panama City en zouden we ze dinsdag terug krijgen. Dat betekende dan dat we nog langer hier moesten blijven liggen. Roger (de chauffeur in Panama) had ons verteld dat de tankjes ook in Colon gevuld konden worden. We zijn dus maar met de bus naar Colon gegaan en daar de firma opgezocht die we van Roger opgekregen hadden. Helaas wilden ze daar onze tankjes niet vullen omdat er geen extra beveiligingsventiel opzat. Gelukkig vonden we toch nog een ander bedrijf, Panagas, die ze wel wilden vullen. Alleen moeten we ze maandag weer ophalen met de bus. Op zich niet zo erg, want we hebben dan gelijk een uitstapje. Met de regen kunnen we hier niet veel doen en we komen alleen van de boot om naar Captain Jack´s te gaan en een paar boodschappen te halen.
Vanuit de bus zien we in Colon de mensen gokken.
We hadden al gelezen en van verschillende mensen gehoord dat Colon geen veilige stad is om rond te lopen. Nu hebben we daar een stukje van de stad gezien en de sfeer heel even geproefd en het voelt inderdaad niet prettig. Wij vonden het in Banjul al een janboel maar dat zag er allemaal verzorgd uit vergeleken met Colon. We slaan deze haven maar over en gaan, als we onze tankjes opgehaald hebben en we uit mogen klaren, verder naar Bocas del Toro.
woensdag 9 november 2011
Naar Panama City.
De reis begon maandag met een bustocht in zo´n kleurige, opgepimpte lokale bus van Portobello naar Sabanitas, waar we moesten overstappen op de express bus van Colon naar Panama. Deze zat al helemaal vol zodat we het eerste stuk van de reis op de grond hebben gezeten. Gelukkig gingen er na een half uur wat mensen uit en konden we wat comfortabeler verder reizen.
Via het radionetwerk hebben we een telefoonnummer van Roger, een Engels sprekende chauffeur gekregen. Hij is vroeger havenmeester geweest in Colon, tot die haven plaats moest maken voor een container terminal. Nu is hij beschikbaar als chauffeur en weet waar de winkels zijn die spullen verkopen die voor boten nodig zijn. Toen we bij het busstation aankwamen heeft hij eerst gevraagd wat we allemaal nodig hadden en heeft daar zijn route op uitgezet. Voor ons was het heel fijn dat hij in de winkels ook als tolk optrad, want de dingen die wij moesten hebben staan niet in ons Spaanse woordenboekje. In een paar uur tijd hadden we alles wat we moesten hebben.
Voor degenen die in Panama City eventueel ook graag door hem geholpen willen worden: zijn naam is Rogelio de Hoyos, telefoon (507)6717-6745, e-mail: mago50@hotmail.com of maago50@yahoo.com Zijn tarief is $10 per uur.
Daarna inchecken in Hotel Cavodonga, wat we ook via het radionet hadden doorgekregen maar wat wij niet aanbevelen. De prijs was goed, het ontbijt prima, de kamers heel ongezellig met uitzicht op een soort luchtkoker. Oké, we hoefden er alleen maar te slapen maar die ene keer dat we eens in een hotel bleven slapen wilden we toch wel liever een gezellige kamer.
Aan het einde van de middag zijn we naar het Casco Viejo gegaan, het historische gedeelte van de stad. Er is een begin gemaakt met de restauratie van de gebouwen, maar een groot gedeelte is vervallen. Het is wel een sfeervol geheel met leuke barretjes en restaurantjes.
De Iglesia de San José heeft een mooi gouden altaar. Volgens de legende van deze kerk heeft een vindingrijke priester het altaar met zwarte teer geverfd om de waarde te verbergen toen de piraat Morgan op rooftocht was.
We hebben iets gedronken bij Club Havanna en daarna op een terras onder de bomen gegeten waar 3 straatmuzikanten mooie Latijns Amerikaanse muziek kwamen spelen.
Dinsdagmorgen zijn we naar de Miraflores sluizen gegaan. Hier is een bezoekerscentrum met een expositieruimte, een filmzaal en waar je natuurlijk bij de echte sluis kunt kijken hoe de enorme zeeschepen erdoor gaan.
We hebben gezien hoe een schip op de sluis aan kwam varen,
daar met stalen kabels door locomotieven vooruit getrokken werd tot hij in de juiste positie lag om te schutten,
hierna omhoog en op weg naar de volgende sluis.
Heel indrukwekkend, als je bedenkt dat het kanaal al in 1914 in gebruik is genomen en ze toen al rekening hebben gehouden met zulke grote schepen. Nu worden er nog grotere sluizen bijgebouwd die in 2014 klaar moeten zijn.
Daarna zijn we naar de Albrook Mall gegaan die vlak naast het busstation ligt. We hadden al gelezen dat er mensen alleen om te winkelen naar Panama komen. Er zijn een paar van deze shopping malls die zo groot zijn dat je er wel een paar dagen voor nodig hebt om alle winkels te bekijken.
De Albrook Mall bestaat uit 2 lagen waarbij in het middengedeelte allemaal eettentjes zitten waar je wat kunt halen of bestellen. Wij hebben er een heerlijke Chinese maaltijd genomen en zijn daarna weer met de bus terug naar Portobello gegaan. In Sabanitas hebben we op onze tussenstop nog wat boodschappen gedaan om daarna in de stromende regen en tussen een flinke kakkerlakkenfamilie op de overvolle lokale bus te wachten.
Nowel (van de Sarah G) had ons maandag met zijn dinghy naar de kant gebracht omdat het niet zo veilig is om je bootje ´s nachts aan de kant te laten liggen. Wij waren vroeger terug dan we tegen hem gezegd hadden, dus moesten we nu terug naar de boot zien te komen. Omdat het water heel woelig was geworden en alle boten behoorlijk tekeer gingen lagen er weinig dinghy´s aan de kant. Gelukkig kon Henk met een lokale boot meevaren naar onze boot om ons eigen bootje op te halen. Vannacht stond er ook nog een zware deining in de baai die nu gelukkig iets minder wordt.
vrijdag 4 november 2011
Portobello.
Nu is Portobello een slaperig stadje, met heel veel leegstaande huizen. We hebben hier al 4 “supermarkten” gezien die, net als in Suriname, allemaal gerund worden door Chinezen, en waarvan wij ons afvragen hoe ze kunnen bestaan omdat er niet veel klandizie is.
De kerk van San Felipe de Portobello,
met een houten beeld van de Zwarte Christus van Portobello, is een bedevaartsoord voor veel mensen uit Latijns Amerika. Op 21 oktober wordt ieder jaar het feest van de Zwarte Christus van Portobello gevierd. Volgelingen uit het hele land tot aan Costa Rica lopen op hun knieën naar deze kerk om hun respect te bewijzen.
Persoonlijk vind ik het al een heel eind om gewoon te lopen, als je dat stuk helemaal op je knieën doet moet je toch wel heel veel goed te maken hebben.

De bussen zien er overdag en ´s avonds gekleurd uit.
donderdag 3 november 2011
Vertrek uit Kuna Yala.
Er zwerven hier vooral heel veel Amerikaanse boten rond die soms jaren in het gebied blijven. Zij zoeken elkaar op bij de populaire ankergebieden bij de onbewoonde eilandjes. Deze plaatsen zijn al zo bekend bij de handelaren dat er eenmaal per week een boot komt die groenten, brood, eieren en kip verkoopt.
Het eerste eiland wat we buiten Kuna Yala aandoen heet, net als het laatste Colombiaanse eiland, Isla Grande.
Een schilderachtig eilandje waar voornamelijk donkere mensen wonen. We hebben hier maar 1 indianen familie gezien.
Volgens ons boek is Isla Grande heel populair bij toeristen uit Panama City met veel kleine hotels en restaurants. Die waren er inderdaad, alleen hebben we weinig toeristen gezien. Het seizoen is duidelijk nog niet begonnen. Gelukkig waren er een paar restaurantjes open waar we van de lokale specialiteiten gesmuld hebben.
zondag 30 oktober 2011
Naar Carti Tupile.
Vrijdag zijn we met de dinghy naar Carti Tupile gevaren. We werden daar al snel aangesproken door Glomildo, een van de Kuna´s die goed Engels spreekt en heel graag vertelde over zijn eiland en de tradities van zijn volk.
De zus van Glomildo.
We werden uitgenodigd in zijn huis waar hij met zijn moeder, zussen, hun mannen en kinderen woont. Ze hebben een soort huisje waarin gekookt wordt en een huisje waar ze allemaal in dezelfde ruimte in hangmatten slapen. In de tuin heeft hij een aantal fruitbomen geplant en wat groenten om te kunnen verkopen.
In het museum hadden we al gehoord over de Nuchus. Hier hebben we kunnen zien hoe ze door de familie behandeld worden.
De Nuchus van de familie van Glomildo.
Nuchus zijn kleine houten beeldjes die de verbinding vormen tussen de fysieke en de spirituele wereld van de Kuna´s. Ze geloven dat de beeldjes leven en iedere Kuna bezit zo´n beeldje. Ze vertegenwoordigen de eigenaar maar hebben ook een eigen karakter, soms sterk, soms zwak. Er zijn zelfs goede en slechte karakters. Hoe ze daaraan komen is ons niet duidelijk geworden. De Nuchus spelen een centrale rol in de spiritualiteit, gezondheid en het geloof van de Kuna´s. Als een Kuna, of een van de kinderen, ziek wordt brengt hij de Nuchu van de zieke naar de Saila (tevens sjamaan of medicijnman) of deze kan zien wat het probleem is, meestal is dit een slechte geest. Als de slechte geest heel sterk is wordt de hulp van een machtiger sjamaan met een goede reputatie van een ander eiland ingeroepen.
Iedere eigenaar moet goed voor zijn Nuchu zorgen. Als hij zelf gaat eten nodigt hij ook zijn Nuchu uit om mee te eten. Voor het slapen vraagt hij de Nuchu om over hem te waken.
Als iemand overlijdt, wordt ook zijn Nuchu begraven, meestal ergens bij zijn huis.
We hebben ook in het gebouw waar het congres bij elkaar komt mogen kijken. De indeling is op alle eilanden hetzelfde, de hangmatten voor de Saila´s hangen in het midden van de ruimte, de banken voor de bewoners staan eromheen. Carti Tupile heeft maar 500 bewoners en genoeg aan 2 Sailas. Op Carti Sugdup wonen 2000 mensen, daar zijn 5 Sailas die het eiland besturen.
Na het bezoek aan Carti Tupile heeft Glomildo bij ons aan boord nog wat gedronken. Hij keek zijn ogen uit over de verschillende ruimtes die we hebben, een ruimte waar we zitten en een aparte ruimte waar we slapen. Voor hem een ongekende luxe.
Op Carti Sugdup zijn 2 restaurants. Op aanraden van Glomildo zijn we naar La Pampa gegaan. Ze hadden zelfs een menukaart, waar ze niet alles van in huis hadden, maar de pulpo die we uitgekozen hadden smaakte heerlijk.
zaterdag 29 oktober 2011
Naar de Carti Eilanden.
Uitzicht op Carti Yandup.
Donderdag zijn we naar de Carti eilanden gevaren, een groepje eilanden waar ze al gewend zijn aan toeristen want hier leggen soms ook cruise boten aan. De toeristen mogen niet allemaal tegelijk op het eiland omdat ze er dan niet op passen. Gelukkig ligt er nu geen cruise schip en kunnen we rustig rondlopen.

Op Carti Sugdup is een Kuna museum waar we graag naartoe wilden. Hier hebben we iets meer over de cultuur en de gewoonten van de Kuna´s gehoord en gezien. We weten nu ook de betekenis van de traditionele mola patronen en dat de graven heel zorgvuldig gemaakt worden. Er wordt een grote kuil gemaakt waar persoonlijke spullen en gebruiksvoorwerpen in gezet worden. De dode wordt in een hangmat in de kuil gehangen waarna er een dak op gemaakt wordt waar overheen weer een zandberg komt met daarop weer een favoriet voorwerp van de dode.
Terwijl we in het museum waren begon het te stortregenen. De mensen worden er hier niet chagrijnig van, ieder een blijft lachen en de kinderen maken er een spelletje van om onder de stralen die van een dak aflopen te dansen.
We hebben hier ook gelijk in een paar winkeltjes wat boodschappen gedaan. In de "supermarkt" probeert iedereen tegelijk je te helpen en roept naar de kassiere wat er betaald moet worden.
Een van de vele mola verkoopsters die met de kano aan de boot komen.
vrijdag 28 oktober 2011
Schone schoonzoon!
Hij moet nog wel bestraald worden. Hoe de vervolgbehandelingen er precies uit gaan zien is nog niet bekend, dat horen we zodra ze het zelf weten.
donderdag 27 oktober 2011
Salardup en Rio Sidra.
We dachten dat het eiland bewoond was omdat er een paar hutten stonden, maar deze bleken onbewoond. Zo konden we ons voorstellen hoe het was om op een onbewoond eiland te wonen en besloten daar dat dat niets voor ons is.
Dinsdagmorgen werden we met 7 andere deelnemers door Lisa (een travestiet, die de bekendste en een van de beste mola makers is van de San Blas) opgehaald met een panga, een grote houten kano met buitenboordmotor, waarmee we eerst naar het vaste land en daarna een stukje de Rio Sidra zijn opgevaren. Daar startte de wandeling.

Een smal pad door het oerwoud leidde langs een paar begraafplaatsen van verschillende families. Ook de ouders van Lisa liggen hier begraven. Op de graven liggen allerlei voorwerpen. Lisa vertelde dat dit de lievelingsspullen van de doden waren. Bij volwassenen vaak een kom of slippers, bij kinderen hun favoriete speelgoed.
Na ongeveer een uur kwamen we bij een waterval, waar we konden zwemmen en geluncht hebben.
De terugweg ging via de rivier. Het eerste stuk bleek tot onze verrassing een soort survival tocht te zijn.
We moesten van watervalletjes afglijden en van rotsen springen, alles bij elkaar een heel leuke tocht met een gezellige groep.
Lisa als een donkere Marilyn Monroe.
Vanaf 4 uur hebben we met z´n allen happy hour gevierd op het strand waarbij iedereen wat te eten en te drinken meebracht en Bob zelfs nog voor gitaar muziek heeft gezorgd. Tot het donker werd hebben we het met 6 Amerikanen en 1 Belg heel gezellig gehad.
Woensdagmorgen kwam Lisa nog een keer langs met vers brood en natuurlijk haar voorraad mola´s, waar we er een paar van gekocht hebben.
Mola Lisa.
zaterdag 22 oktober 2011
BEET!!!
Rondneuzen op BBQ island, wat volgens de Kuna´s Isla de Tortugua heet (en zij zullen het beter weten)
In Holandes Cays liggen we in het gedeelte dat ze de Swimmingpool noemen. Waarom weten we niet, misschien omdat het water net zo´n kleur heeft als water in een zwembad. Er liggen nog een stel boten, voornamelijk Amerikanen. Iedereen is op zijn eigen boot bezig, het enige leven wat we hier van mensen zien komt van een paar motorboten die hier in het weekend naartoe komen en waarvan sommigen met een waterscooter rondvaren.
In het water is het vooral ´s avonds levendig genoeg. Zodra we het achterlicht aandoen zwemmen er een heel stel vissen achter en om de boot. Henk had zijn hengel vrijdag ´s middags al uitgehangen voor het geval ze vroeger zouden komen maar dat was natuurlijk niet. We waren net klaar met eten toen de hengel ineens met een tik opzijschoot, een geluid waar we al 1,5 jaar op wachten.
BEET!!!!!! Er hingen zelfs 3 vissen (zeebrasems) tegelijk aan,
die gaan we vanavond lekker opeten.
Vanmorgen zag ik vanaf het dek een grote zwarte vlek langzaam voorbij gaan, hij kwam steeds dichterbij en weer een stukje verder. Toen hij vlak naast de boot was, kon ik zien dat het een grote rog was. Henk is snel het water ingegaan om er een foto van te maken.
Jammer dat we vergeten waren om het toestel op onderwateropnamen te zetten, daardoor is de foto minder helder geworden, maar het is toch een mooie indruk. Het bleek een gevlekte arendsrog te zijn.




